De tweede bijeenkomst van het Overijsselse netwerk van Kind in de Natuur vond plaats in Aver Heino. Het thema was deze keer participatie; hoe maak je samen een natuurlijke speelplaats? In zijn presentatie legde Hans Pijls uit hoe hij aankijkt tegen het proces van het ontwerpen, aanleggen en daarna gebruiken en onderhouden van een natuurlijke speelplaats. Participatie, het betrekken van mensen, is daarbij in elke fase een belangrijk onderdeel. En, hoe leuk natuurlijke speelplaatsen ook zijn, in veel projecten gaat er wel eens iets mis.
Voorafgaand aan het theoriegedeelte hebben we eerst nog een wandeling gemaakt over het bezoekerspad van de proefboerderij Aver Heino. Ans Niens, onze gastvrouw, vertelde hoe er in samenwerking met het waterschap langs het pad een waterspeelplaats is gemaakt. Dit ging met vallen en opstaan. Sommige onderdelen, zoals de waterpomp en zandspeelplaats, waren zo in trek dat de 2 meter hoge zandbult in 1 seizoen de sloot is ingespoeld. Andere dingen, zoals de stok waarmee je het water over kunt slingeren, hebben al 2 gekneusde enkels opgeleverd en zijn nu weggehaald. De speelplaats is ook nog niet af, het is de bedoeling dat er langs de hele route her en der speelvoorzieningen komen. Overwegend is de waterspeelplaats wel een succes. Ondanks dat de afstand tussen de proefboerderij en het dorp Heino vrij groot is weten de kinderen en ouders hem wel te vinden. Op de terugweg konden we het niet laten om ook even bij de kalfjes en het jongvee te gaan kijken, het is toch een bijzondere plek, zo’n proefboerderij!
Na de uitleg van Hans Pijls over de theorie (zie www.buitenruimtevoorcontact.nl) kwamen vele voorbeelden en leuke filmpjes aan bod. Maike Nelissen van de Ulebelt in Deventer vertelde specifiek over haar ervaringen met participatie van kinderen in het ontwerp, de aanleg en het onderhoud. Leerzaam vond ik hoe ze daarbij ook open was over de dingen die niet goed zijn gegaan en die ze een volgende keer anders wil doen. Daarna gingen we zelf aan de slag. Drie deelnemers brachten een case in; een project waar ze zelf aan werken, gaan werken of gewerkt hebben en waar iets (nog) niet goed gaat of ging.
Zelf sloot ik aan bij het groepje van Wencke Habermann. Wencke is ontwerpster en heeft een ontwerp gemaakt voor een groen schoolplein. Ze is echter niet betrokken bij de uitvoering en merkt nu dat er allerlei – grotere en kleinere – aspecten aan haar ontwerp worden gewijzigd. De wijzigingen zijn van dien aard dat de speelplaats lang niet de kwaliteit krijgt die Wencke voor ogen had. Wat doe je in zo’n geval als ontwerper? Er waren meer geluiden over dit soort situaties: bij de totstandkoming van een speelplaats zijn meerdere mensen betrokken (ontwerper, vrijwilligers, uitvoerder), en als die niet op een lijn zitten ontstaat er frictie. In dit geval concludeerden we dat het jammer is dat er op dit project geen daadkrachtige projectleiding is waar ze haar signaal kan bespreken.
De casus hebben we besproken aan de hand van een aantal vragen op basis van Buitenruimte voor Contact. De vragen helpen om gestructureerd naar het hele proces te kijken, en ik merkte dat daardoor al vrij snel duidelijk werd waar de ‘pijn’ in dit project zat.
Hoe de situatie op te lossen, is natuurlijk een tweede. Dat bleek helaas minder makkelijk. Ik begreep van Ans Niens dat ook voor de waterspeelplaats op Aver Heino een oplossing nog niet zo snel beklonken is. Wel bleek dat nu het waterschap klaar is met het deel wat zij zouden aanleggen, het nodig is een nieuwe werkgroep bij elkaar te zoeken. Die kan ook uitzoeken waar nog financiering voor de rest te halen is. De plannen liggen er, nu nog de financiering.




