Springzaad

speelnatuur.wordpress.com

Alweer over veiligheid? 15 juni 2010

Gearchiveerd onder: Bijeenkomsten,Veiligheid — M. Wagenaar @ 16:15
Tags: , , , ,

“Als je het niet eens bent met je keuringsrapport, leg je er dan niet zomaar bij neer maar ga de discussie aan. Als we dat allemaal blijven doen, kunnen we best de regelgeving een duwtje geven in een richting die praktisch en redelijk is.”

Tja, we raken er maar niet over uitgepraat! Op 2 juni komen we met een kleine 20 man (en vrouw) uit het netwerk van Impuls Natuurlijke Speelplaatsen bij elkaar in het Ledeboerpark in Enschede. Al eerder was ik bij andere bijeenkomsten over dit onderwerp en ik vroeg me af of het niet overdreven was om dit op onze themabijeenkomst te herhalen.

Toch bleek het nuttig: bij een eerste rondje vragen bleek al snel dat nog maar weinig mensen ervaring hadden met het onderwerp. Tijdens een groepsdiscussie brandden de vragen al gauw los: wie mag een keuring uitvoeren? En wanneer kun je dat het beste doen? En vooral: wat moet er nou eigenlijk gekeurd worden? Jeroen Hoppenbrouwer van gemeente Almelo stelde de vraag of een wigwam van boomstammen een speeltoestel is dat je moet laten keuren. Anneke Rodenburg (Groen Atelier Anneke Rodenburg) meende van niet: tijdens een cursus van Het Keurmerkinstituut was uitgebreid aandacht besteed aan deze vorm. Eelco Koppelaar (OBB Ingenieurs) stelt echter dat als je het stroomschema van het VWA volgt, een logische conclusie is dat het wel gekeurd zou moeten worden. De boomstammen zijn immers aan de bovenkant aan elkaar bevestigd en er zijn dwarslatten ingeschroefd? Ook Benno Buursink van de gemeente Enschede doet nog een duit in het zakje: Rob Wind van het VWA had een foto van ‘zijn’ wigwammen gezien en gezegd dat ze wel degelijk gekeurd moeten worden. We komen er niet uit!

Na een stevige groepsdiscussie is het tijd voor wat frisse lucht; een wandeling langs de verschillende speelobjecten in het park. Benno stelt ons telkens de vraag: is dit een speeltoestel of een speelaanleiding? Of is het educatief materiaal? We wikken en wegen en kletsen wat af; het zonnetje werkt ook lekker mee. In zo’n park is het nog lang niet altijd makkelijk vast te stellen wat er gekeurd moet worden: wat dacht je bijvoorbeeld van deze waterpartij?

Niet bedoeld als speelobject, maar juist als kunstwerk en educatief object. Toch spelen er kinderen op en in, en paradoxaal genoeg stellen we vast dat het lage hekje eigenlijk nog het gevaarlijkste onderdeel is van het object. Benno heeft nog heel wat om over na te denken na afloop van de bijeenkomst.

We spreken af dat ik probeer een afspraak met Rob Wind te maken om de ‘losse’ eindjes te bespreken. We sluiten af met een mooie discussie over keuringsinstanties. Volgens Johan Geerdink (Geerdink Groen) weten keuringsinstanties ook lang niet altijd precies wat ze met de creatieve bouwsels aan moeten. ‘Als je het niet eens bent met je keuringsrapport, leg je er dan niet zomaar bij neer maar ga de discussie aan. Dat heeft soms echt effect. Als we dat allemaal blijven doen, kunnen we best de regelgeving een duwtje geven in een richting die praktisch en redelijk is.’ Zo, dan weten we nu wat ons te doen staat.

 

De normen en de wet 5 april 2010

Gearchiveerd onder: Bijeenkomsten,Veiligheid — M. Wagenaar @ 20:05
Tags: , , , , , , ,

Laat je niet door de normen de wet voorschrijven! Dat is wel één van de belangrijkste dingen die ik geleerd heb op de informatiedag van de NEN normencommissie over Veilig Spelen, afgelopen dinsdag. Ter gelegenheid van de Nederlandse vertaling van de normen over speeltoestellen, en een aantal wijzigingen hierin, organiseerde de normencommissie deze dag. Er waren veel gemeentelijke ambtenaren, voor wie termen als ‘AKI’ en de ‘HIK waarde’  blijkbaar gesneden koek waren, maar ook fabrikanten van speeltoestellen, inspectiebedrijven en speeltuinverenigingen. Die laatste waren overigens ondervertegenwoordigd, misschien door de forse bijdrage van €200,- die voor deze dag gevraagd werd?

Een risico-analyse

Maar goed; na mijn eerste workshop door Jeroen Bos, directeur van Het Keurmerkinstituut, is me in ieder geval het verschil duidelijk tussen de normen en de wet, het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS) in dit geval. De wet, kortweg het Attractiebesluit, schrijft voor dat ieder speeltoestel ‘veilig’ moet zijn. Of je toestel ook daadwerkelijk veilig is, dat bepaalt een ‘AKI’: een Aangewezen Keurings Instelling. De AKI kán hiervoor de normen gebruiken, en dat is in de praktijk ook de meest gangbare werkwijze. Ik spitste mijn speelnatuur-oren toen ik hoorde dat je, als je daar een goede reden voor hebt, ook best van die normen mag afwijken. De AKI kan namelijk ook door een zogenaamde risico-analyse te doen bepalen of je speeltoestel veilig is. Jeroen Bos liet ons verschillende manieren zien om zo’n risico-analyse uit te voeren. Met z’n allen constateren we dat zo’n risico-analyse toch wel erg persoonsafhankelijk is; het is maar net hoe je er naar kijkt. Toch; vooral voor een natuurlijke speelplaats biedt het wel perspectief, denk ik. Wie heeft daar ervaring mee?

In de pauze hoor ik van Marianne van Lier (Springzaad) en Anneke Rodenburg (ontwerpster van o.a. de Jungle in Deventer) dat een risico-analyse nog lang niet zo ingeburgerd is bij de AKI’s. Zeker als het om natuurlijke speelplaatsen gaat is nog lang niet uitgekristalliseerd wat veilig is en wat niet; daar denkt ook iedereen weer net iets anders over en geen twee toestellen zijn hetzelfde. Zelfs de AKI en de wetgever, als het om speeltoestellen gaat is dat de Voedsel en Warenautoriteit, zijn het niet altijd met elkaar eens.

Een speeltoestel versus een speelaanleiding
Dan nog een workshop, dit keer over natuurlijke speelplaatsen. Al een hele vooruitgang dat daar zo veel aandacht aan wordt besteed op deze dag! Jurist Bas Visser legt uit dat een natuurlijke speelplaats ook gewoon aan de wet moet voldoen – let op, voldoen aan de wet en niet persé aan de normen. Bij een natuurlijke speelplaats heb je een discussie die je bij de meeste ‘gewone’ speelplaatsen niet hebt: wat is nu eigenlijk een speeltoestel? Over deze vraag is de laatste tijd veel gesteggeld. Voor iedereen die dat niet heeft gevolgd: in wettelijke termen moet een speeltoestel aan het Attractiebesluit voldoen, maar een speelaanleiding hoeft dat niet. Voor beheerders is het dus fijner als een speel’object’ als speelaanleiding wordt aangeduid, want dan hoef je minder intensief een logboek bij te houden en je hoeft geen AKI in te schakelen om het ding te keuren. (Voor meer achtergrond info: klik hier.) Hoewel; als je het zekere voor het onzekere wilt nemen, is het misschien toch weer beter om wel een AKI in te schakelen?

Spelen kan niet zonder risico
De nieuwe NEN normen lijken een verbetering ten opzichte van de oude. Lijken; we krijgen ze niet te zien. Volgens de organisatie echter zijn de nieuwe normen gebaseerd op een nieuwe houding: het spelen staat weer centraal. De normen erkennen dat spelen nooit zonder risico is. Sterker nog: leren omgaan met risico’s is een belangrijk element van het spel. Veiligheid is een randvoorwaarde, het spelen zelf is de kernwaarde. Dat klinkt alsof de nieuwe normen de goede weg hebben ingeslagen.

En dan nog even dit: de kwestie van de klimboom
In het staartje van de dag wordt nog even een belangrijke kwestie aan de kaak gesteld: is een klimboom nu een speeltoestel of een speelaanleiding? Bas Visser geeft voor eens en voor altijd uitsluitsel. Stel: op je speelplaats ligt een omgevallen boom. Je hebt hem iets verplaatst en de scherpste randen wat afgerond. Dat is een speelaanleiding. Altijd, of de klimboom nu midden op een speelplein staat of in een bos. Maar als je er een constructie van maakt, door er bijvoorbeeld touwen in te hangen of een trappetje in te maken, dan is het ineens wel een speeltoestel dat onder het Attractiebesluit valt. Gelukkig, denken we: dat is duidelijk. Tegelijkertijd zien we Jeroen Bos zijn hoofd schudden. Daar is het laatste woord nog niet over gesproken….

 

 
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 313 other followers